In 1134 vertrokken drie ridders "Heren van d'Eppes" op kruistocht om het graf van Christus te verdedigen.

 

Helaas onze kruisvaarders liepen in een hinderlaag en zij werden naar de gevangenis van Cairo in Egypte overgebracht.

 

De Sultan verplichtte de ridders om muzelman te worden, doch zij weigerden dit. Daarop besloot hij hun terug te zenden samen met zijn dochter Ismérie.

 

 

Ismérie zei : Er is maar één God Allah. Haar grote profeet was Mohammed. Jezus is ook een profeet. Toen brachten de ridders haar het goede nieuws : "Jezus, zoon van Maria is ook de zoon van God". Ismérie sprak het verlangen uit om een beeld te zien van Jezus en Maria.

De drie kruisvaarders wisten niet hoe het voor te stellen, doch 's nachts verscheen de engel van God, die hun een klein zwart houten beeld bracht. 's Morgens bij de terugkeer van Ismérie, gaven zij het beeld aan het jonge meisje dat zich, meer en meer, voor het geloof van Jezus de redder interesseerde.

Ismérie nam vol bewondering het beeld mee naar haar verblijf. De volgende nacht verscheen Maria die haar vroeg om de gevangenen vrij te laten en christen te worden.

Bij 't verlaten van Egypte nam Ismérie het beeld mee langs de boorden van de Nijl en na lang gelopen te hebben rusten zij en vielen in slaap. Zij ontwaakten dichtbij de burcht de Liance-Notre-Dame. (Liance werd Liesse.)

Ismérie ontving het doopsel uit handen van de bisschop van Laon.

Hier op deze plaats komen sinds ach ten half eeuwen bedevaarders uit alle naties naar Maria, moeder van Jezus, zij die vreugd geeft "Onze Lieve Vrouw van Liesse".